Ik werd boos van de stelling die RTV Noord vanmorgen dropte in de rubriek Lopend Vuur: ‘We moeten het homohuwelijk koesteren. Eens of oneens…’
Niet omdat ik tégen koesteren ben. Integendeel. Omdat er iets in de stelling zit wat me enorm tegenstaat. Alsof mijn recht om te trouwen afhankelijk is van hoe lief, tolerant of progressief Nederland zich vandaag voelt. Alsof mensen daar nog even iets van mogen vinden.
Draai het eens om: “We moeten het heterohuwelijk koesteren.” Dat slaat toch ook nergens op? Niemand zou zo’n stelling serieus nemen, omdat het huwelijk tussen man en vrouw volstrekt vanzelfsprekend is. En dat is precies mijn punt: dat geldt ook voor het homohuwelijk.
Niet meer. Niet minder.
Ik wil geen maatschappelijke voetnoot. Geen goedbedoelde formulering waar stiekem in verstopt zit dat mijn rechten nog altijd onderwerp van gesprek zijn. Ik wil precies hetzelfde als ieder ander: dat mijn relatie, mijn liefde en een huwelijk nét zo normaal worden gevonden als die van een heterostel. Niet meer. Niet minder. En daar word ik oprecht moedeloos van.
We zijn vijfentwintig jaar verder, inderdaad! Dan zou de discussie niet moeten gaan over de vraag of mensen dit recht wel genoeg waarderen. Dan zou de discussie moeten gaan over de vraag waarom lhbti+’ers zich nog steeds minder veilig voelen, waarom acceptatie onder druk staat en waarom er nog altijd mensen zijn die denken dat onze rechten een onderwerp voor debat zijn.
Dat is wat me steekt aan die 28 procent oneens uit Lopend Vuur. Niet alleen het cijfer zelf, maar het feit dat het cijfer überhaupt betekenis krijgt. Alsof er dus blijkbaar ruimte is om te twijfelen aan iets wat allang vanzelfsprekend had moeten zijn.
Mijn huwelijk is geen mening.
Mijn rechten zijn geen stelling.
