Een meerderheid van de Nederlandse jongeren vindt dat iedereen gelijkwaardig is, ongeacht op wie je verliefd wordt. Tegelijkertijd zijn veel jongeren het minder eens met zichtbare genderuitingen als Paarse Vrijdag op alle scholen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Amsterdam onder ruim 31.000 Nederlandse jongeren uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Er was nog veel onbekend over de lhbtiq+-opvattingen van Nederlandse jongeren, waar deze mee samenhangen en hoe die in recente jaren zijn veranderd. Onderzoekers van de UvA analyseerden twee grootschalige datasets met in totaal ruim 31.000 middelbare scholieren van 12 tot 18 jaar:
In de eerste dataset uit 2024 beantwoordden 1.656 leerlingen vragen over hun opvattingen over gender, Paarse Vrijdag en genderneutrale toiletten. In de tweede dataset over de periode 2021–2024 beantwoordden 30.120 leerlingen vragen over hoe ze denken over lhbtiq+-gelijkwaardigheid en het recht om zelf te bepalen op wie je verliefd wordt.
Jezelf zijn mag; uiten liever niet

Wanneer het ging over de minder tastbare zaken, abstracte dingen zoals liefde en gelijkwaardigheid, reageerde de meerderheid positief. Zo vind 59% van de jongeren dat iedereen gelijkwaardig is, ongeacht op wie je verliefd wordt. Ook reageerden ze positief op zelfbeschikking: 65% van de respondenten vindt dat je zelf mag bepalen op wie je verliefd wordt.
Dit lijkt positief, maar de opvattingen van de jongeren veranderden zodra het onderwerp meer concreet wordt, blijkt uit het onderzoek. Zo reageerde 61% van de jongeren afwijzend op de stelling dat minstens de helft van de toiletten op school genderneutraal moet zijn’. 54% van de jongeren reageerde instemmend op de stelling ‘Of je een jongen of meisje bent, staat vast vanaf je geboorte’. Op het vieren van Paarse Vrijdag op alle scholen antwoordde 41% van de jongeren afwijzend en 32% instemmend.
Alarmerend
Gelet op de uitkomsten van het onderzoek blijkt het vooroordeel ‘je mag het wel zijn, zolang je het maar niet laat blijken’, nog altijd actueel. Maar veel alarmerender is het relatief hoge aantal conservatieve jongeren. De onderzoekers noemen het deel van de jongeren dat vindt dat niet iedereen gelijkwaardig is (41%), en dat je niet zelf mag bepalen op wie je verliefd wordt (35%) ‘substantieel’.
Oorzaak en achtergrond
De onderzoekers hebben ook gekeken naar waar de opvattingen van de jongeren vandaan komen. Ze onderzochten met welke persoonlijke en sociale factoren de reacties samenhangen. Er blijken aanzienlijke verschillen te zijn die niet eenvoudig toe te schrijven zijn aan een bepaalde groep of achtergrond.
De sterkste samenhang werd gevonden met een algemene mate van conservatisme en gender: jongeren met bredere conservatieve opvattingen hebben vaak relatief conservatievere opvattingen over lhbtiq+-thema’s. Ook hebben jongens gemiddeld meer terughoudende opvattingen dan meisjes.
Religie heeft een klein tot middelgroot effect. Religieuze jongeren, en met name islamitische jongeren, scoren gemiddeld terughoudender dan niet-religieuze jongeren: 86% van de islamitische jongeren heeft relatief conservatievere opvattingen versus 69% van de christelijke jongeren en 48% van de niet-religieuze jongeren.
Verschillen tussen schooltypen waren statistisch zeer klein: leerlingen op het vmbo hebben gemiddeld iets meer terughoudende opvattingen dan havo- en vwo-leerlingen. In tegenstelling tot eerder onderzoek blijken er geen duidelijke verschillen tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond, noch op basis van schooljaar en leeftijd.
‘Grotendeels stabiel’
Tussen 2021 en 2024 laten de opvattingen van jongeren een lichte verschuiving richting relatief conservatievere antwoorden zien. Deze verschuiving was vooral zichtbaar onder meisjes. De onderzoekers benadrukken echter dat het effect klein is. Ze stellen daarom dat de opvattingen van jongeren grotendeels stabiel zijn gebleven.
De belangrijkste conclusie volgens de onderzoekers: er is geen uniforme ‘generatie Z-opvatting’ over lhbtiq+. Jongeren laten een breed spectrum aan opvattingen zien: van relatief progressief tot relatief conservatief, en van het onderschrijven van gelijkwaardigheid en persoonlijke autonomie tot substantiële groepen die hier meer terughoudende opvattingen over hebben.
Meer onderzoek en gesprek
Volgens de onderzoekers is het de eerste keer dat specifiek deze opvattingen zijn gemeten. Volgens hen zou het goed zijn dit vaker te doen, en ook bij andere leeftijdsgroepen in de samenleving. Op deze manier kunnen veranderingen over de tijd worden gemeten en met elkaar worden vergeleken.
Volgens de onderzoekers is het belangrijk om ruimte te blijven maken voor gesprek tussen jongeren met verschillende opvattingen, om ontmoeting en nuance te stimuleren, en om blijvende aandacht te houden voor genderdiversiteit op school en in beleid.
