Zestien jaar lang werd in Hongarije gebouwd aan een juridisch systeem dat LHBTIQ+-personen naar de rand van de samenleving duwde. Dat begon met abstracte grondwetswijzigingen en groeide uit tot concrete beperkingen op zichtbaarheid en zelfbeschikking. In 2025 leidde dit zelfs tot een verbod om samen te komen, om bijvoorbeeld Pride te kunnen vieren. Maar na die lange periode van afbraak veegt het Europees Hof van Justitie nu het anti-LHBTIQ+-beleid van Orbán van tafel met een vernietigend oordeel: dit beleid is in strijd met de fundamenten van de Europese rechtsorde.
De vraag die daarbij onvermijdelijk opkomt, is even scherp als ongemakkelijk: waarom nu pas?
Het Europees Hof van Justitie liet in het oordeel weinig ruimte voor interpretatie. De Hongaarse wetgeving, met name de beruchte ‘kinderbeschermingswet’ uit 2021, stigmatiseert en marginaliseert LHBTIQ+-personen. Het beleid van de regering Orbán staat volgens het Hof haaks op de kernwaarden van de Europese Unie. Hongarije schendt met dit beleid artikel 2 van het EU-verdrag, waarin menselijke waardigheid, gelijkheid, democratie en de rechtsstaat zijn verankerd. En daar bleef het niet bij. Het Hof oordeelde dat de wetgeving niet alleen discriminerend is, maar ook de vrijheid van meningsuiting aantast, het vrije verkeer van diensten belemmert en zelfs de privacywetgeving schendt.
Historisch en vernietigend
Het is een historisch oordeel. Nog nooit eerder werd een lidstaat zo expliciet veroordeeld puur op basis van schending van de fundamentele waarden van de Unie. De boodschap is glashelder: dit is geen kwestie van nationale cultuur of politieke smaak, maar een fundamentele botsing met de juridische en morele basis van Europa. Volgens het Hof was er in Hongarije in feite sprake van onderdrukking van een bevolkingsgroep.
Wie de situatie van LHBTIQ+ personen in Hongarije de afgelopen jaren heeft gevolgd, weet dat dit oordeel niet uit de lucht komt vallen. Al sinds de invoering van de nieuwe Hongaarse grondwet in 2012, waarin het huwelijk werd vastgelegd als een verbintenis tussen man en vrouw, werd de ruimte voor LHBTIQ+-personen stelselmatig kleiner gemaakt. In de jaren daarna volgde niet alleen theoretisch beleid, maar ook keiharde handhaving.
Boekhandels kregen boetes, tentoonstellingen werden afgesloten voor jongeren en bestuurders verloren hun baan omdat zij de wet niet streng genoeg handhaafden. Uiteindelijk culmineerde dit in 2025 in een verbod op samenkomsten van LHBTIQ+ personen. Pride-evenementen waren vanaf dat moment verboden.
Bij de Boedapest-pride van 2025, die ondanks alles toch gehouden werd, zette de Hongaarse overheid zelfs gezichtsherkenningstechnologie in om deelnemers te identificeren. De strafrechtelijke vervolging van de burgemeester van Boedapest – die de Pride door liet gaan – is sindsdien weliswaar opgeschort, maar zou in theorie nog altijd door kunnen gaan.
Mosterd na de maaltijd
Dit hele juridische bouwwerk ligt nu onder vuur. Maar terwijl dat gebeurt, vond in Hongarije ook een politieke aardverschuiving plaats. Viktor Orbán, die met zijn Fidesz-partij zestien jaar lang de architect van dit beleid was, verloor de verkiezingen overtuigend van de Tisza-partij van Péter Magyar. Die laatste presenteerde zich als hervormer en beloofde een einde te maken aan corruptie en economische stagnatie. Maar over LHBTIQ+-rechten hield hij zich opvallend op de vlakte.
En juist op dit moment komt het Europese Hof met zijn oordeel.
Formeel is daar een verklaring voor. Europese rechtsprocedures zijn traag, complex en zorgvuldig. Het duurt jaren voordat een zaak van deze omvang door alle juridische stadia heen is. Maar dat verklaart niet alles. Want terwijl die procedures liepen, werden wetten ingevoerd, rechten ingeperkt en levens beïnvloed. Europa keek toe, sprak zorgen uit, hield fondsen achter, maar greep niet in met de snelheid waar de situatie om vroeg.
Het eindresultaat schuurt. Het Hof spreekt nu ineens heel klare taal over fundamentele waarden. Maar dat gebeurt pas nadat de politieke context waarin die waarden werden geschonden, al is verschoven. Voor LHBTIQ+-personen in Hongarije voelt dat als gerechtigheid, maar ook als mosterd na de maaltijd.
Tijd voor concrete keuzes
De blik gaat nu naar de toekomst en naar de nieuwe premier Péter Magyar. Veel mensen zien zijn overwinning als een kans om de rechtsstaat te herstellen. Maar die belofte moet omgezet worden in duidelijke keuzes. Mensenrechtenorganisaties zeggen duidelijk: half werk is niet genoeg. Wie echt wil breken met het verleden, moet meer doen dan alleen economische en institutionele veranderingen. Magyars regering moet ook wetten terugdraaien die LHBTIQ+-personen systematisch buitensluiten.
De uitspraak van het Europese Hof is daarom meer dan een juridisch oordeel. Het is een test voor de betrouwbaarheid van een nieuw politiek tijdperk in Hongarije. De vraag is niet alleen of de regering-Magyar de wetten zal veranderen, maar ook hoe snel en hoe grondig dat zal gebeuren.
Wat zijn Europese waarden waard?
Ondertussen blijft één vraag hangen, ook buiten Hongarije: hoe robuust zijn de Europese waarden als het jaren duurt voordat schendingen ervan daadwerkelijk worden gecorrigeerd? En hoeveel ruimte krijgen toekomstige regeringen om die waarden uit te hollen voordat er effectief wordt ingegrepen?
Met de overwinning van Magyar in Hongarije is het tij zeker nog niet gekeerd. Want hoewel de Fidesz-partij van Orbán In Duitsland wint AFD nog altijd terrein. In Frankrijk staat Rassemblement National nog altijd hoog in de peilingen.
De zogenaamde artikel 7-procedure, waarmee een dwarsligger binnen de EU het stemrecht kan worden ontnomen, is bijvoorbeeld een wassen neus gebleken. De Europese Commissie kan in feite alleen de financiële duimschroeven aandraaien. Maar omdat er op bepaalde momenten een unanieme stemmingsuitslag nodig was, heeft de Commissie de regering-Orbán toch miljarden toegeschoven. Dit om te voorkomen dat hij dwars zou liggen wanneer er belangrijke besluiten genomen moesten worden.
Het is te hopen dat Europese politici hun lessen zullen trekken uit de zestien jaar dat Orbán aan de macht was. Voor LHBTIQ+-personen in Hongarije is de uitspraak van het Hof in ieder geval een belangrijke overwinning. Maar het is geen eindpunt. Het zou een begin moeten zijn: van herstel en van politieke keuzes. Maar vooral van een debat dat niet alleen in Boedapest gevoerd moet worden, maar in heel Europa.
